ASIG Contact
| |
|
ASIG Elektronik GmbH Kölner Straße 29 42781 Haan |
| |
|
| Tel.: |
+49 (0) 2129 51564
+49 (0) 2129 341542 |
| Fax.: |
+49 (0) 2129 59925 |
| |
|
| Email: |
info@asig-elektronik.de |
|
Snelheidsmeter DTZ450
Handterminal voor het meten van de snelheid met een verlicht LCD-display. Programmakeuze via menu’s en invoer van parameters met behulp van een folietoetsenbord met tactiele bediening.
Via twee geïntegreerde lichtsensors wordt de tijd gemeten waarin de buitenste rand van de draaideur door het detectiegebied van beide optische sensoren beweegt.
 De snelheid wordt in meter per seconde aangegeven met een definitie van centimeters op het display.
Technieke Gegevens :
| Toevoer |
Ingebouwde NiMH-accublok 6 x 1,2V 800mAh |
| Werktemperatuurbereik |
0°C t/m +50°C |
| Behuizing |
Kunststof behuizing Bopla serie ARTEB |
| Schutzart : |
frontseitig IP54, sonst IP40 |
| Afmetingen |
ca. L210 x B115 x H40 in mm |
| Gewicht : |
ca. 650g |
| Aansluitingen |
Laadbus DIN45323 2,6mm |
| Gewicht |
12VDC geregelt max. 1A |
| Oplaadtijd |
automatische uitschakeling na ca. 14 uur en omschakeling op gebruiksklare lading, weergave „Accu geladen“ |
| Weergave |
LCD-display voor 4 regels à 20 tekens, verlicht |
| Meetbereik |
0,06m/s bis 2,00m/s |
| Meetrichting |
selecteerbaar |
| Lichtsensor |
Infrarode reflexsensor voor meetafstanden van 1 - 6 cm (max. 150 mm), intern met potentiometer instelbare uitschakeling van de achtergrondverlichting |
| Meetnauwkeurigheid |
1% van de displaywaarde +/-1 cijfer. Het apparaat wordt na ca. 15 minuten werktijd automatisch uitgeschakeld, als het toetsenbord niet meer wordt bediend of als er geen nieuwe meetwaarden worden gedetecteerd. |
Bedienung: |
|
| Inschakelen : |
Druk op de groene toets “START” – het menu wordt weergegeven |
| Selectie van de functie in het menu : |
F2 Meten - F2 METEN - druk op de toets “´F2” – "Meten" wordt weergegeven. De meetrichting, van links naar rechts, resp. van rechts naar links, wordt met een pijl weergegeven en kan worden omgeschakeld door op de toets “F1” te drukken. Het apparaat is nu gereed voor het detecteren van een meetwaarde, wanneer op een afstand van 1 - 6 cm vòòr de lichtsensors een reflector worden bewogen.
Voor een exacte meting dient het handterminal verticaal (90°) t.o.v. de spil van de reflector te worden geplaatst en tevens horizontaal en stabiel te worden bevestigd. De bewegende reflector die wordt gemeten, moet t.o.v. beide oppervlakken van de lichtsensors dezelfde afstand aanhouden. Bij voorwerpen die slecht reflecteren, moet bijv. met een lichtgekleurde plakband of een wit etiket het oppervlak overeenkomstig worden veranderd. De berekende bewegingssnelheid wordt in meter per seconde met twee decimalen aangegeven. Als de bewegingssnelheid minder is dan 0,06 m/sec verschijnt op het display alleen de aanwijzing “overrun” zonder meetwaarde. Als de bewegingsrichting tegen de ingestelde meetrichting in verloopt, wordt tevens “overrun” aangegeven.
F3 KALIBREREN - Druk op toets „F3“ – weergave van het menu
Um in das Untermenü zur Kalibration zu gelangen ist die Eingabe eines numerischen Passwort erforderlich. ( Passwort: 1551 fest voreingestellt) Nach Eingabe des Passwort, mit „ENTER“ bestätigen. Es erscheint das Menü zur Kalibration:
F2 AFSTAND Bij toepassing van externe sensoren wordt hier de afstand van de sensors t.o.v. elkaar in mm ingevoerd. Bij toepassing van interne sensors is 65 mm ingevoerd. LET OP: de afstand tussen de sensoren is onderdeel van de snelheidscalculatie.
F3 KALIBREREN
Vòòr de lichtsensors en parallel van links naar rechts een reflecterend voorwerp met ingestelde bewegingssnelheid sturen. Op het display wordt de berekende snelheid links weergegeven als hexadecimaal cijfer van de gemeten tijd en rechts ernaast als snelheid met drie decimalen. Herleiding van de weergegeven hexadecimale cijfers binnen de gemeten tijd in μS: tijd in μS = aangegeven waarde * 8 * 1,085069 Wanneer de aangegeven snelheid niet exact overeenkomt met de ingestelde snelheid, wordt de displaywaarde voor de kalibratie eenvoudig via het toetsenbord overschreven. De komma wordt hierbij niet ingevoerd!!, maar achter elkaar alleen de getalwaarden. Met de toets “ENTER” worden de actuele waarden ingesteld. Daarna verschijnt de weergave “Kalibreren/Opslaan”, de nieuwe kalibratiewaarde wordt in de microprocessor meeberekend en het meetapparaat gaat automatisch terug naar het menu.
F5 Abbruch - Betätigung Taste F5 Rücksprung ins Hauptmenü
Sensortest – toets “F4” indrukken
Weergave: RT1 = 0 RT2 = 0 verschijnt.
RT1 staat voor de linker sensor, RT2 voor de rechter sensor. (met het oog op een leesbaar display)
„0“ staat voor „geen reflector aanwezig“ „1“ staat voor „reflector aanwezig“
Voor het controleren van de sensorfunctie, het juiste detectiegebied en de bepaling van de reflector kan in de handmodus voor elke sensor apart een functietest worden uitgevoerd door een overeenkomstige reflector voor de sensors te bewegen. Met een willekeurige functietoets gaat u terug naar het menu.
Uitschakelen/laden – toets „F5“ indrukken, het display wordt donker, het apparaat is uitgeschakeld. Indien het meetapparaat bij een ingestoken oplaadkabel met geactiveerd laadapparaat via de functie „F5“ wordt uitgeschakeld, verschijnt er op het display „Accu wordt geladen“. Het apparaat bevindt zich naargelang de laadtoestand van de NiMH-accu‘s in de laadmodus tot deze automatisch na 14 uur wordt uitgeschakeld. |
|